5 tips voor de beginnende wielrenner

Fietsbeminnend Nederland kan zijn geluk niet op. Afgelopen week startte namelijk de Tour de France in Düsseldorf. En dat betekent wekenlang fietsgenot! Hebben de Tour-renners jou geïnspireerd om zelf te gaan wielrennen, maar weet je niet waar te beginnen? 5 tips waardoor jij straks goed van start gaat. 

Tip 1: een fiets aanschaffen

Mooi he? Die Carbon racefietsen waarop ze in de Tour rijden. Laat je alleen niet gek maken en koop een fiets die binnen je budget past. Van een fiets die duizenden euro’s kost ga jij in het begin echt niet beter of harder fietsen dan een ‘beginnersracefiets’. Investeer wel geld en tijd in voorlichting tijdens het aankoopproces. Het kiezen van onder andere de juiste framemaat, zadelhoogte, zadelstand en stuurhoogte is superbelangrijk! Hiermee voorkom je vervelende blessures zoals kniepijn of last van de rug. De houding op een racefiets is totaal anders dan op een normale fiets, en deze moet kloppen!

Tip 2: begin met ‘basic’ uitrusting

Loop niet gelijk te hard van stapel als je een outfit uitzoekt. Begin bij de basics; kies voor een fijn wielershirt dat redelijk nauw aansluit. Handig daarbij zijn zakjes op de rug, zodat je bijvoorbeeld een energiereep kan meenemen voor onderweg. Naast het fietsshirt mag de fietsbroek natuurlijk niet ontbreken. Deze moet een goede zeem bevatten ter voorkoming van zadelpijn. Hieronder draag je overigens geen ondergoed. Doe je dit wel? Dan kan schuring – en zelfs blaren – op de loer liggen!

De helm. Het lijkt een vanzelfsprekendheid. Toch fietst menig amateur zonder helm. Niet doen! Dit is, naast je fiets, misschien wel het allerbelangrijkste onderdeel om budget voor vrij te maken. Belangrijk is dat de fietshelm comfortabel is en strak om je hoofd zit. 

Bonustip: Een wielershirt van een profteam of profronde moet je verdienen. Daar horen amateurs niet in te rijden. Want eerlijk is eerlijk; door de Nederlandse polder rijden in de bolletjestrui is toch een gek gezicht?

Tip 3: checklist vlak voor vertrek

Alles voor elkaar om te vertrekken voor je eerste rit? Check dan altijd nog een aantal zaken. Allereerst; bekijk de weersverwachting! Het kan namelijk heel goed zijn dat jij een regenjasje nodig gaat hebben. Dat is, zeker met ons onvoorspelbare klimaat, geen overbodige luxe om droog te blijven. Zorg ook dat je genoeg te drinken bij je hebt. Neem bijvoorbeeld een bidon mee met een dorstlesser en een bidon met water. Ook doe je er verstandig aan om altijd je fiets te checken op bandenspanning en of de remmen goed werken. 

Het is ook handig om wat losgeld mee te nemen. Krijg je bijvoorbeeld te maken met de beruchte hongerklop, kan je altijd ergens een reepje of een banaan kopen. De pinpas kan thuis gelaten worden, je gaat fietsen niet shoppen!

Tip 4: meten is weten

Het is niet alleen heel leuk, maar ook goed om je vooruitgang te meten. Investeer in een fietscomputer of sporthorloge. Zoek hierin een variant die te koppelen is met apps als Strava. Zo kun je ook zien welke routes je hebt gereden, zodat je daarin kan variëren. Zo houd je het ook uitdagend voor jezelf en zie je hoe prachtig Nederland is. Deel je resultaten na een rit eens op social media. Wie weet fietsen er meer mensen in je netwerk waar je geen weet van had. Buiten dat; samen fietsen is niet alleen goed om elkaar te motiveren, maar is ook veel gezelliger!

Tip 5: de regels op de weg

Je kent ze vast wel; andere weggebruikers die zich irriteren aan wielrenners. Als iedereen op een racefiets zich zou houden aan een paar simpele regels, is dat nergens voor nodig. Je bent een fietser en voor jou gelden gewoon de wettelijke fietsregels. Ga dus niet op de weg fietsen als er een fietspad is. Daarnaast lijkt een bel wat suf op een racefiets. Toch is dit een belangrijk communicatiemiddel op de weg. 

Verder dien je sneller te anticiperen op situaties dan normaal. Logisch, want je rijdt immers veel harder dan op een normale fiets. Kom je halsoverkop in een groepje wielrenners terecht? Geef dan, als je voorop rijdt, eventuele tegenliggers of gevaren aan door een armgebaar. De fietsers achter je kunnen bepaalde gevaren niet zien aankomen.

Tot slot: begin rustig

Ga de eerste paar keer een ‘kort’ rondje fietsen om te wennen aan de snelheid en materialen. Kies daarvoor een route die je kent. Zo weet je welke verkeerssituaties je kunt verwachten. Na een aantal keer kun je de route wat uitbreiden en je grenzen gaan verleggen, en zelfs doelen gaan benoemen!


Gino Duin (32) is online marketeer bij Perry en doet zelf aan voetballen en wielrennen. Rijdt zelf in de omgeving West-Friesland wekelijks een rondje op zijn Cannondale racefiets. Heeft dit jaar als doel een fietstocht van meer dan 100 kilometer en het rijden van een paar toertochten. “Ik weet zelf dat ik geen Tom Dumoulin ben, maar geniet er van mijn grenzen te verleggen en te genieten van het prachtige Nederlandse landschap”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *